PROJECTEN

Explorative writing as an architect's tool - Remy Kroese

How relevant is writing for nowadays’ architects or architecture students? What could be the role of writing and text in a design process, beyond being solely a representation of – or explanation for – a design or an image in general? Can ‘explorative writing’ lead to interpretations of a site, concepts and/or architectural proposals that were unthinkable without a metaphorical building with words or construction of narratives? Remy Kroese – as architect himself inspired by the words, descriptions and poems of Francis Ponge and John Hejduk – explores the role and potential of text within architectural practice and education in the Maastricht Master of Interior Architecture. The aim of this one-year research project is to find opportunities for implementing – and stronger embedding – writing within the curriculum and within the architectural field. Remy Kroese is an architect, researcher and writer for Dear Hunter.

Reik:Raak - Martine de Rooij & Ri-Jeanne Cuppens

Handen – reiken, grijpen, tasten – werken nauw samen met de ogen en het hoofd. Zij kunnen net als ons hoofd – of beter gezegd, in samenwerking daarmee- slim zijn en kennis vergaren. Tastzin geef andere informatie door dan het gezichtsvermogen (Sennet 2008, Wilson 1998). Hoe kan het begrip ‘reiken’ – niet alleen met de handen, maar ook met de geest – ons helpen om studenten sensitief te maken ten aanzien van hun maakpraktijken? En hoe wordt dit een gedisciplineerde sensitiviteit die hen helpt ‘betere’ makers en docenten te worden? Dit project dompelt ‘onderzoek’ in materie (zoals gietklei) en praktijk maar besteedt ook aandacht aan beelden, woorden en denken. Reik:Raak is een samenwerking tussen Ri-Jeanne Cuppens (autonoom kunstenaar, keramist en docent) en Martine de Rooij (antropoloog, coach en docent); respectievelijk betrokken vanuit de opleiding voor docent beeldende kunst en vormgeving (DBKV) en het lectoraat AOK. Samen met een groep studenten werken ze via een mix van opdrachten – zowel vaardigheden klei, gips en glazuur als vaardigheden ‘onderzoek’ – aan de verdere ontwikkeling van onderzoek in de kunsten.

Het Voorstel - Rita Hoofwijk

Tussen 1 november en 22 december 2017 vindt er een serie spreek-uren plaats op de Toneelacademie. Negen studenten buigen zich samen met het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten over een fascinatie, een idee, een terugkerend vraagstuk, een nieuwe gedachte, een verlangen, een voorstelling. Om zonder concreet eindpunt, zonder beoordeling, met aandacht op onderzoekende wijze bezig te zijn met hun werk.  Rita Hoofwijk ontwikkelde in opdracht van het Lectoraat AOK hiertoe een installatie van waaruit de ontmoetingen vertrekken. Er vinden drie gesprekken van één uur plaats. Samen wordt gezocht naar een manier de wereld rondom datgene waar de student mee bezig is erbij te betrekken en zowel de input voor de kunstenaar, als de output van het werk te vergoten, te verruimen.

Claudio Monteverdi: Maria Vespers in Vivo - Schütz-Monteverdi Consort, de Toneelacademie Maastricht en het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten

De Maria Vespers van Claudio Monteverdi (1567–1643) behoren nu nog tot de meest geliefde werken uit de Renaissance, maar het is verre van vanzelfsprekend dat deze muziek ook in de toekomst publiek blijft trekken. Samen met studenten van de Toneelacademie Maastricht vieren we, zo beeldend mogelijk, de vitaliteit van Monteverdi’s werk—vandaar het “in vivo”. Dat doen we door aan te sluiten bij drie belangrijke aspecten van de ontstaansgeschiedenis van de Maria Vespers. Het werk staat voor een verschijnsel in de kunsten dat zowel in de vroeg-moderne tijd als tegenwoordig speelt: De financiële kwetsbaarheid van het kunstenaarsleven, uitgedrukt in de noodzaak broodheren van dienst te zijn, portfolio’s op te bouwen en te presenteren, kunst aan te passen aan de situatie waarin het moet functioneren en tegelijkertijd een eigen, herkenbare toon en artistieke identiteit op te bouwen. Monteverdi bleek er een meester in. Hoe deed hij dat, met welke artistieke en andere middelen? Het tweede aspect dat we in een muzikaal en scenisch licht willen zetten is de feestelijkheid van de aanleiding: het geluk dat een nieuw kind kan brengen, toen en nu een schakel tussen heden en verleden, tussen familieleden dichtbij en ver weg. Het derde aspect is de ruimtelijke context waarin het werk in Venetië figureerde, met de machthebbers in het midden, de “sweet spot” voor Monteverdi’s “surround sound” aanpak. Dit project leidt niet alleen tot een nieuw type uitvoering van de Maria Vespers, op zaterdag 18 november 2017 in de Lambertuskerk in Maastricht, maar ook tot het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden voor de koorleden en studenten van de Toneelacademie.

 

 

Culturele diversiteit in het kunstonderwijs - Bregje Termeer

Diversiteit is tegelijk een gegeven als dat het in toenemende mate als een hedendaags probleem wordt gezien. Het wordt in toenemende mate verbonden met problematiek rond vluchtelingen, maar ook rond culturele identiteit. Ontwikkelingen als populisme maar ook kwesties rond burgerschap worden gekoppeld aan het problematiseren van diversiteit. Vanuit deze complexe en gespannen context, is onderwijsontwikkeling op het gebied van diversiteit zowel belangrijk als ingewikkeld. Vanuit dit gezamenlijke belang, wil dit onderzoek aansluiten bij en leren van de praktijk van diversiteit op de Toneelacademie. Vanuit een dergelijk empirisch onderzoek naar diversiteit, zal dit onderzoek proberen te komen tot zowel praktische als conceptuele vernieuwing op het gebied van diversiteit in het onderwijs van de Toneelacademie.

 

Belevingsgerichte Kunst en Kritiek - Frank Mineur

Frank Mineur is freelance dramaturg en docent cultuurbeschouwing aan de Toneelacademie. In zijn promotie-onderzoek bij het lectoraat, onderzoekt Frank de opkomst van belevingsgerichte kunstpraktijken en de mogelijkheden voor het functioneren van de kunst in de openbaarheid.

Maastricht Graduate School for Artistic Research (forthcoming)

Zuyd Hogeschool, Maastricht University and the Van Eyck are currently investigating the possibilities of establishing a Maastricht Graduate School for Artistic Research, or MERIAN.

MERIAN starts from the premise that artistic research arises from and is reflexive about fundamental questions about how it is to be done, where it is located and what for. Often, PhD programs in artistic research are founded as constructions that aim to bridge, solve or at least hierarchically settle the divide between academic and artistic practices. MERIAN embraces the multiple differences and similarities between art and academia, and makes border passages and learning a fundamental part of its institutional arrangement.

 

Tacit Knowledge - Josien Mennen & Inge Pasmans

Explicatie van tacit knowledge op het gebied van onderzoek binnen het conservatorium om te komen tot werkbare modellen van Artistiek Onderzoek om toe te passen in het Bachelor onderwijs van de opleiding Muziek van het conservatorium. Doel van het onderzoek is om ‘onderzoekend vermogen’ te definiëren in de context van het beroep van de musicus, en in de taal van de musicus. Dit zou kunnen leiden tot een groter draagvlak bij docenten en studenten voor het ontwikkelen van onderzoekend vermogen in de opleiding, en tot het overbruggen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderzoek en kunst. Vervolgens kan het curriculum zodanig ingericht worden dat onderzoekend vermogen van studenten ontwikkeld wordt op een manier die past bij het beroep en door studenten en docenten als zinvol wordt ervaren.

Artful Participation - Veerle Spronck & Ties van de Werff

n the 21st century, symphonic music institutions face challenges that endanger their traditional ways of operating. Although symphonic music is widely accessible, it has lost its once leading position in musical culture. In the NWO/SIA-funded Artful Participation-project, the world of the symphony orchestra is studied as an exemplary case in scientific and artistic research on cultural reproduction in the 21st century. This research project is a collaboration between academic researchers, practice-based artistic researchers, orchestra musicians, conservatory teachers, art students and the audience. It starts from the assumption that innovation of symphonic music practice is not possible without improving the quality of audience participation in this practice. The project combines strategic research into reasons for the declining interest in symphonic music with embedded artistic research in the context of a major symphony orchestra, to innovate this practice in an artistically relevant way.

 

The hunting world around the S.M.m.m.R.I. (Sea Monster map making Research Instrument) - Marlies Vermeulen

The S.M.m.m.R.I. (Sea Monster map making Research Instrument) has been invented by the IoC (Institute of
Calibration). This initiative of Dear Hunter is a nomadic institute that reflects upon artistic research methods in
collaboration with experts and students from various universities. To gain a perspective on artistic research
practice, and more precisely Dear Hunter’s practice, the IoC uses the metaphor of the research instrument. We
approach artistic research practice as a space in which the artist develops a methodology of her own: the artist as
research instrument. The IoC focusses on processes that occur by exercise and operation of existing instruments
and on the creation of new ones. In doing so, the IoC aims at creating a better awareness and understanding of
one’s research skills and to position oneselves more accurate within their profession. Externalising my practice and becoming aware of that process as a research instrument makes it possible to come up with those questions and to talk about my artistic practice in a quite organic way. I can, as it were, see my own artistic practice, draw it and describe it within the metaphor of a research instrument. Whether it is used to understand spatial issues or more abstract processes I use the act
of mapping through intensive analogue drawing: to understand, reflect and debate upon the mapped subject.

Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM)

Het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM) is een centrum voor wetenschappelijk en praktijkgericht artistiek onderzoek naar innovatie van de klassieke muziekpraktijk en -onderwijs. Het MCICM is een samenwerkingsverband tussen philharmonie zuidnederland,  de Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool. Deze structurele samenwerking tussen academici, praktijkgericht artistiek onderzoekers, kunstvakstudenten en orkest- en amateurmusici rond een en dezelfde problematiek is uniek in de wereld.

Vanaf 1 januari 2018 zal het MCICM interdisciplinair onderzoek doen naar thema’s als culturele participatie, de invloed van digitale technologieën op de concertpraktijk en het samengaan van behoud en gebruik van klinkend erfgoed. De praktijkexperimenten in dit symfonisch laboratorium zullen worden uitgevoerd door onderzoekers, docenten, studenten, musici en publiek samen. De Faculteit van de Kunsten versterkt met het MCICM de nauwe verbinding tussen praktijkgericht onderzoek en onderwijs op de twee kernthema’s van het lectoraat AOK: de verhouding tussen kunst en samenleving en de ontwikkeling van de praktijk van artistiek onderzoek.

ENGAGED ART AS PRACTICAL ETHICS - Ties van de Werff

Debates about the potential relevance and value of art remain characterized by a dualistic opposition: the celebration of the (Romantic) ideal of autonomy of the artist versus a perceived necessary societal or economic relevance of art. The question, often unaddressed (as Elephant in the room) yet central to this debate, is: What makes for good engaged art? Instead of firmly positioning myself in debates on these normative issues beforehand, I take an empirical and critical stance to this question. In my research, I study how actors in the field (artists, teachers, curators, policymakers, entrepreneurs, etc.) enact, anticipate and negotiate different valuations of (good) engaged art. I do this not by theorizing about the (ethical) value of aesthetics, but by turning to the art practices themselves. How can we understand what (engaged) artists do? How do they make their art valuable? And what gets counted as good engaged art, and by whom? Based on empirical observations of three cases of engaged art in contexts of a particular concern (bioart, social design, and artistic research), I elaborate on art as a form of ethics in the making: a practice in which the artist attunes and calibrates herself as a sensitive and intervening ethical agent.

De Brief - Joost Howard & Nathalie Roymans

De Brief is een project over het reflecteren, documenteren en delen van de ontwikkelende visies van theatermakers. Het project vindt plaats in de parttime opleiding docent/regisseur aan de Toneelacademie. Studenten worden uitgenodigd om een dialoog aan te gaan met zichzelf, medestudenten, docenten en een breder publiek. Communicatie vindt plaats door het schrijven van brieven. Brieven zijn intiemer dan tekstverwerkingsprogramma’s. Handgeschreven brieven zijn persoonlijk, en goede brieven dwingen je om je eigen denken in gevaar te brengen. Studenten leren hun eigen plaats als theatermaker in de wereld te articuleren, en docenten onderzoeken de mogelijkheden van de brief als documentatie- en onderzoeksinstrument.

Productive Borders: Artistic research of everyday border practices - ITEM

The still on-going project is a collaboration between the research centre, Het Laagland (a theatre-company in Sittard) and Het Nieuwstedelijk (a theatre-company in Belgium). The project has two aims: 1) artistic research of everyday border conduct and 2) practical experimentation of cultural institutions with over-the-border collaborations. The three parties will cooperate over a variety of (hard and soft, national and cultural) borders and thus gain insights in practice into such collaborations. At the same time, artistic research will be conducted about the issue of borders. The project is practice-based action-research in which artistic research is developed in situ and the local specificity of knowledge is taken seriously. It does not presuppose positive results of cultural activities, but rather takes the question what relevant roles cultural actors might develop within the Euregion as a starting point. The research will be accompanied by workshops, conferences, courses and other forms of transfer and dissemination.

INTER/FACE - Martine de Rooij & Gili Yaron

Onderzoeksatelier ‘Inter/Face’ is een samenwerkingsverband tussen het lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten en de opleiding Vormgeving aan het MAFAD. Binnen dit atelier staat een prikkelende casus centraal: de gelaatsprothese. Dit is een kunstmatige neus, oogkas of oor, gebruikt door mensen die een deel van hun gezicht moeten missen naar aanleiding van kanker, een ongeluk of een aangeboren afwijking. In het atelier worden het gezicht en de prothese benaderd als artefacten die zich bevinden op het grensvlak tussen ambacht en wetenschap, lichaam en technologie, zelf en ander. Docenten en studenten gaan samen op zoek, enerzijds naar betekenissen van het afwijkende, technologische lichaam en gezicht, anderzijds naar manieren waarop onderzoek en vormgeving elkaar kunnen versterken. Het atelier staat hiermee in het teken van de vraag: wat kunnen onderzoekers en ontwerpers van elkaar leren in hun maak- en denkprocessen?

Institute of Calibration - Dear Hunter

An initiative of Dear Hunter, the Institute of Calibration (IoC) is a nomadic institute that challenges artists and designers to see themselves methaphorically as research instruments and to reflect on the calibration options of such instruments. The IoC focusses on processes that occur by exercise and operation of existing instruments and on the creation of new ones. In doing so, the IoC helps students and professionals to create a better awareness of their research skills and helps them position themselves in their profession.

OVERGANGSZONE - Krien Clevis

Het interdisciplinair kunst- en onderzoeksproject ‘OVERGANGSZONE’ is als concept ontwikkeld door Krien Clevis, in het kader van haar Postdoc aan het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten (AOK). Hierin spelen de ‘noties van plaats’, beschouwd vanuit de verschillende perspectieven van diverse stakeholders van het ENCI-gebied in transformatie, alsmede het onderzoek door kunstenaars uitgevoerd naar en op de specifieke plaats een belangrijke leidraad. ‘Onverenigbare’ situaties worden door de kunstenaars bevraagd en in kaart en beeld gebracht. Wat betekent het om in een complexe plaats als kunstenaar te involveren/infiltreren ? En hoe kan het proces van transformatie als onderzoeksbetoog en bijdrage aan het debat over een plaats (in verandering) worden opgevat?

Belevingsgerichte Kunst en Kritiek - Frank Mineur

Frank Mineur is freelance dramaturg en docent cultuurbeschouwing aan de Toneelacademie. In zijn promotie-onderzoek bij het lectoraat, onderzoekt Frank de opkomst van belevingsgerichte kunstpraktijken en de mogelijkheden voor het functioneren van de kunst in de openbaarheid.

Drawing Instruments - Dear Hunter & Veerle Spronck

Het interdisciplinair onderzoeksatelier Drawing Instruments is een project dat georganiseerd werd voor studenten door Dear Hunter in samenwerking met het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten (AOK). In het project wordt gewerkt aan het ontwikkelen van competenties die nodig zijn in de hedendaagse, veranderende kunstpraktijk. De focus in dit project lag op hoe het tekenen als kalibratietechniek kan worden gebruikt en ontwikkeld om aan de ene kant tot maatschappelijk relevant artistiek onderzoek te komen, en aan de andere kant te leren reflecteren op de eigen praktijk en manieren van werken. In dit onderzoeksatelier werd er gewerkt met de metafoor van het onderzoeksinstrument: de artistieke praktijk moest verbeeld worden als onderzoeksinstrument waardoor er een belang was om ideeën zo precies en gedetailleerd mogelijk te tekenen en te verbeelden. Aan de hand van deze precieze tekeningen werd het mogelijk om kritisch te reflecteren op de eigen artistieke praktijk, en daarmee eventuele problemen, routines en werkwijzen inzichtelijk te maken waar eerder niet bij stil gestaan werd door de studenten.

Een Open Maakproces - Alexander Schreuder

Het doel van dit onderzoek is te komen tot het formuleren van een persoonlijke en overdraagbare dramaturgische methodiek van wat we een ‘open proces’ van theater-maken kunnen noemen. Door middel van een ‘auto-etnografisch’ opgezette benadering van mijn eigen werk en ‘mijn eigen’ werkomgeving kan deze methodiek concreet worden gemaakt. Ik hoop daarmee voor mijzelf meer structuur in deze dramaturgische werkwijze te brengen, maar vooral ook om het werken in een ‘open setting’ overdraagbaar te maken voor onderwijs. Een open maakproces wordt gekenmerkt door een ‘open dramaturgie’, wat zoveel inhoudt als: tijdens het creëren van de voorstelling wordt zo min mogelijk uitgegaan van al te vastgelegde, vooraf uitgezette lijnen (zowel vormelijk als inhoudelijk). Het parcours ligt niet vast. Het is in beginsel een kwestie van attitude: waar in een meer conventioneel maakproces het juist positief is om het parcours van het allereerste begin tot aan première zo veel mogelijk te zekeren, daar is het in een ‘open maakproces’ een bewuste keuze om ‘van moment tot moment’ te werken en daarmee een (weloverwogen) risico te nemen. Artistieke pogingen doen om zo veel mogelijk ruimte te maken voor het nieuwe, het onverwachte, het verrassende betekent niet dat er helemaal geen houvast nodig is. Integendeel. Ik ben van mening dat er ook in een open maakproces bepaalde principes gelden (wetmatigheden in een zeer losse betekenis van het woord) of kunnen gelden. De focus in het onderzoek ligt op een aantal middelen of ‘bouwstenen’ die het open maakproces bepalen.

Publieksactivering Shunck - Anne van Oppen & Ton Slits

Publieksactivering Shunck is een experimenteel onderzoeksatelier naar vormen en noodzaak van activering van publiek, voor tweedejaarsstudenten bachelor DBKV.

ENGAGED ART AS PRACTICAL ETHICS - Ties van de Werff

Debates about the potential relevance and value of art remain characterized by a dualistic opposition: the celebration of the (Romantic) ideal of autonomy of the artist versus a perceived necessary societal or economic relevance of art. The question, often unaddressed (as Elephant in the room) yet central to this debate, is: What makes for good engaged art? Instead of firmly positioning myself in debates on these normative issues beforehand, I take an empirical and critical stance to this question. In my research, I study how actors in the field (artists, teachers, curators, policymakers, entrepreneurs, etc.) enact, anticipate and negotiate different valuations of (good) engaged art. I do this not by theorizing about the (ethical) value of aesthetics, but by turning to the art practices themselves. How can we understand what (engaged) artists do? How do they make their art valuable? And what gets counted as good engaged art, and by whom? Based on empirical observations of three cases of engaged art in contexts of a particular concern (bioart, social design, and artistic research), I elaborate on art as a form of ethics in the making: a practice in which the artist attunes and calibrates herself as a sensitive and intervening ethical agent.

Productive Borders: Artistic research of everyday border practices - ITEM

The still on-going project is a collaboration between the research centre, Het Laagland (a theatre-company in Sittard) and Het Nieuwstedelijk (a theatre-company in Belgium). The project has two aims: 1) artistic research of everyday border conduct and 2) practical experimentation of cultural institutions with over-the-border collaborations. The three parties will cooperate over a variety of (hard and soft, national and cultural) borders and thus gain insights in practice into such collaborations. At the same time, artistic research will be conducted about the issue of borders. The project is practice-based action-research in which artistic research is developed in situ and the local specificity of knowledge is taken seriously. It does not presuppose positive results of cultural activities, but rather takes the question what relevant roles cultural actors might develop within the Euregion as a starting point. The research will be accompanied by workshops, conferences, courses and other forms of transfer and dissemination.

Making Face - Gili Yaron & Martine de Rooij

Wat doe je als je een gezicht heel maakt? Deze vraag staat centraal in het project Making Face dat met studenten van de BA opleiding MaFAD werd uitgevoerd. In dit project werken studenten vanuit de vraag naar prothetische gezichtsreconstructie van fysiek gehavende gezichten. Ze leren over verschillende soorten onderzoek naar gezichtsreconstructie en werken via de kennis die zij hierin op doen, met prothesemakers samen het ontwerpen van protheses. Zij kunnen binnen het project hun eigen belangstelling volgen in het thematiseren en reflecteren op verschillende kwesties: Wat is lichaamseigen en wat is lichaamsvreemd? Wat is identiteit en hoe wordt het onderhouden en veranderd? Wat is het verschil tussen een sieraad en een medisch hulpmiddel? In dit project leren ontwerpers van onderzoekers en andersom. De studenten onderzoeken door te maken en maken vanuit onderzoek. Het gaat om een uitwisseling van kennis als input voor ontwerpende praktijken, om een uitwisseling van stijlen van maken als input voor onderzoekende praktijken, om een uitwisseling van onderzoeksvaardigheden als input voor ontwerpende praktijken.

Observing/Documenting: Practising Artistic Research - Anna Harris

This course, developed by Anna Harris, was a hands-on methodology workshop, where art teachers explored ways in which ethnographic research methodologies meet artistic practice. The overall aim of this course was to interrogate art research practices and more specifically, to articulate more clearly existing crossovers between artistic research practices and those in other fields, to consider the creative possibilities of convergence and the ways in which this could be developed further.

The course explored ways in which teachers can both enrich existing art documentation practices amongst students and foster new practices. It drew predominantly upon ethnographic research methods for inspiration, attending particularly to the intersections between ethnographic and artistic research methods.

Musical Postcards - Ruth Benschop, Inge Pasmans & Bart Verhagen

Tijdens het studiejaar 2015/16 heeft het Lectoraat AOK samen met de opleiding muziekeducatie (en met Intro/In Situ en componist Merlijn Twaalfhoven) gewerkt aan een onderzoeksatelier dat Musical Postcards is gaan heten. Het project was gecentreerd rond wat in het bachelor onderwijs van deze opleiding “de integratieweek” heet. In het 3e jaar, krijgen studenten een actueel maatschappelijk thema aangereikt waaraan ze gedurende 6 maanden vanuit verschillende vakken/disciplines (Theoretische Vaardigheden Klassiek, Poppracticum, Performance, Didactiek) aan werken. Deze integrale opdracht resulteert in twee eindwerkstukken: een artistiek en een didactisch: een voorstelling van de studenten van gemaakt werk en een week waarin ze het geleerde overdragen aan leerlingen van het voortgezet onderwijs. Het onderzoeksatelier was erop gericht zicht te krijgen op het verloop van dit complexe onderwijsproces waarin het sociale domein, het artistieke domein en de (didactische) overdracht sterk met elkaar verbonden zijn.

Belevingsgerichte Kunst en Kritiek - Frank Mineur

Frank Mineur is freelance dramaturg en docent cultuurbeschouwing aan de Toneelacademie. In zijn promotie-onderzoek bij het lectoraat, onderzoekt Frank de opkomst van belevingsgerichte kunstpraktijken en de mogelijkheden voor het functioneren van de kunst in de openbaarheid.

Herwaardering van herinneringen - Marloes Brouns, Brigitta Santegoeds & Jean Michel Crapanzano (DBKV)

2015 is het Jaar van de Mijnen. Het Jaar van de Mijnen (M2015) gaat over nu: over de huidige identiteit en ambitie van de voormalige mijnstreek. Daarbij kijkt M2015 terug op haar geschiedenis. Het laat zien hoe enorm groot de invloed van het mijnverleden op deze regio is geweest, en hoe belangrijk dat verleden is voor toekomstige ontwikkelingen. Dit project was geïnitieerd door de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving in samenwerking met zorginstelling Sevagram, lokale kunstenaars uit Heerlen ondersteund door het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten van Zuyd. Uitgangspunt was de vraag hoe een kunst educatief project met bewoners van zorginstelling Sevagram het verhaal van het mijnverleden zichtbaar en of beleefbaar kan maken en hoe het publiek uitnodigt om zich tot het verleden, heden en de toekomst van deze regio te verhouden.

Wie is het publiek? Perspectieven op publiekssituatie bij een kunstwerk - Ruth Benschop

In de neoliberale omarming van publiek, in de omarming van participatief publiek als ook in de afwending van autonome kunstvakonderwijs van het publiek zit vaak te veel haast. En dat is jammer. Wat publiek is, is immers helemaal niet zo duidelijk. Bestaat er wel zoiets als één publiek of zijn het er onnoembaar veel (of soms heel erg weinig)? En, zijn kunstenaars niet evengoed publiek geworden? Is niet iedereen publiek? En wat betekent dat? Wat doet denken over publiek met kunstenaars? En andersom, wat vergen kunstwerken eigenlijk van publiek? In dit project staat het publiek centraal. Studenten DBKV worden uitgedaagd na te denken over de rol die zij voor hun publiek zien, vanuit onderzoek naar dat publiek. In een lessenreeks krijgen studenten van diverse gastdocenten inzicht in de verschillende manieren waarop publiek een rol speelt binnen de hedendaagse kunstpraktijk. Zij worden uitgedaagd deze kennis te verwerken, aan te vullen of aan te vallen onder andere door eigen empirisch onderzoek van publiek.

Making Face - Gili Yaron & Martine de Rooij

Wat doe je als je een gezicht heel maakt? Deze vraag staat centraal in het project Making Face dat met studenten van de BA opleiding MaFAD werd uitgevoerd. In dit project werken studenten vanuit de vraag naar prothetische gezichtsreconstructie van fysiek gehavende gezichten. Ze leren over verschillende soorten onderzoek naar gezichtsreconstructie en werken via de kennis die zij hierin op doen, met prothesemakers samen het ontwerpen van protheses. Zij kunnen binnen het project hun eigen belangstelling volgen in het thematiseren en reflecteren op verschillende kwesties: Wat is lichaamseigen en wat is lichaamsvreemd? Wat is identiteit en hoe wordt het onderhouden en veranderd? Wat is het verschil tussen een sieraad en een medisch hulpmiddel? In dit project leren ontwerpers van onderzoekers en andersom. De studenten onderzoeken door te maken en maken vanuit onderzoek. Het gaat om een uitwisseling van kennis als input voor ontwerpende praktijken, om een uitwisseling van stijlen van maken als input voor onderzoekende praktijken, om een uitwisseling van onderzoeksvaardigheden als input voor ontwerpende praktijken.

LOCVS: Herinnering en vergankelijkheid in de verbeelding van plaats - Promotie onderzoek Krien Clevis

Op 17 oktober 2013 is Krien Clevis gepromoveerd op haar proefschrift LOCVS. Herinnering en vergankelijkheid in de verbeelding van plaats. Van Italische domus naar artistiek environment. De promotie aan de Academie der Kunsten, Universiteit Leiden (PhDArts) bestond uit de verdediging van het proefschrift en een expositie, The Once and Future House, in de Oude Universiteitsbibliotheek (Oude UB), Leiden.  Beeldend kunstenaar en onderzoeker Clevis heeft in deze expositie een installatie getoond, waarin haar fotowerken (Duratrans lichtkasten en C-prints van groot formaat) opgenomen zijn, een maquette van de totaalinstallatie en een film. In samenwerking met het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) heeft zij een aantal historische vitrinekasten ingericht als ‘Wunderkammer’. De installatie, die zij in het atrium van de Oude UB heeft gebouwd, is tot op de millimeter nauwkeurig berekend en geënt op het grondplan van een klassiek atriumhuis, en heeft als zodanig een directe relatie met de locatie: de Oude UB is het geestelijk hart van de Universiteit Leiden en deze universiteitsbibliotheek is ook gebaseerd op een dergelijk architectonisch grondplan. Clevis’ onderzoek richtte zich op plaatsen van betekenis (zowel historisch bekend als artistiek gecreëerd) en de kwaliteit die deze  plaatsen innemen onder voortdurende verandering. In haar onderzoek verbindt zij het begrip plaats met de herinnering, met de idee van vergankelijkheid en met de overgang van leven naar dood. Centrale vraag: kun je tijd en plaats vastleggen, kun je iets dat voorbij gaat, stilleggen en voor altijd behouden? Of zijn tijd en plaats ongrijpbare grootheden? Het reflecteren op de kwaliteit en eigenschappen van plaats brachten haar, met hulp van het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR), naar de klassieke woonhuizen van Pompeii en naar de antieke graftomben van Rome en Cerveteri. De verbinding tussen de verschijningsvormen van beide uitersten van het bestaan is wezenlijk voor haar onderzoek.

Onderzoek in de Master Architectuur - Marion Zwarts

Marion Zwarts heeft zich eerst voornamelijk met de vraag naar de rol van notatie in de beeldende kunsten en architectuur beziggehouden. Deze vraag kwam voort uit haar onderzoeksopdracht om te exploreren  hoe onderzoeksvaardigheden  het beste geïntegreerd en vormgegeven kan worden in de Master Architectuur. Het onderzoek resulteerde in de tekst ‘Notitie Onderzoek Maastricht Master Architecture’  Inmiddels, najaar 2014,  vinden bepaalde aspecten van de inhoud hun weg in het curriculum van de MMA: deels worden ze meegenomen in de visie-ontwikkeling op het verrichten van onderzoek binnen het onderwijs van een Master Architectuur en deels functioneert de inhoud als experiment in het feitelijke onderwijs (afstudeerperiode). De resultaten van dit experiment zullen aan het einde van dit academiejaar worden geëvalueerd en bijgesteld.

Struikelen als Methode: In search of a monumental body - Anne Bruggenkamp

Struikelen als methode is een onderzoek dat zal uitmonden in een programma voor propedeusestudenten aan de Academie voor Beeldende Kunsten Maastricht. Dat programma zal zich richten op de exploratie van ruimte en lichaam binnen de context van de vorming van een artistieke identiteit. De vorming daarvan is nu grotendeels losgekoppeld van een fysieke en reflectieve beleving. Om dit programma te kunnen ontwikkelen werkte Anne Bruggenkamp in het kader van het lectoraat Autonomie en Openbaarheid aan een onderzoek waarin struikelen als methode centraal staat. In dit onderzoek naar relaties tussen performance kunst, cartoons en slapstick zijn een aantal thema’s te onderscheiden. Ten eerste de conceptualisering en positionering van het lichaam en ten tweede de wijze waarop dit lichaam zich in de openbare ruimte manifesteert. Ten derde een herwaardering van alledaagse handelingen en bewegingen als bron. Dit onderzoek vertrekt zowel uit een fascinatie voor artistiek werk dat lang tot low-art werd gerekend alsook vanuit de eigen kindertijd en vormende ervaringen met cartoons.

Onderzoeksatelier: De Herinneringen Liegen Niet - Woody Richardson Laurens & Ruth Benschop

Hoe kun je artistieke vaardigheden en onderzoeksvaardigheden integreren in het kunstvakonderwijs? Het onderzoeksatelier was een pilotproject om die vraag te beantwoorden. Studenten voerden een combinatie van onderzoeks- en artistieke opdrachten moesten uit rond het thema van de manipuleerbaarheid van het persoonlijk geheugen. Ze werden geconfronteerd met externe academische experts die een specifiek aspect van deze thematiek belichtten. Ze maakten gebruik van een reader die speciaal voor het blok was gemaakt. Ze werden uitgedaagd te experimenteren met het documenteren van hun werkproces en de noties van geheugen die ze daarin ontwikkelden. Het blok resulteerde in twee eindproducten. Een “voorstelling” in de vorm van een geënsceneerde VVV historische stadswandeling waarin de studenten hebben geprobeerd de herinnering van het publiek aan de voorstelling te manipuleren. Daarnaast schreven ze een brief aan iemand die ze daarvoor over het fenomeen “post-memory” hadden geïnterviewd. In deze brief verwerkten ze zowel dit interview en hun analyse daarvan als het proces en de inzichten van het blok.

Webern op.6 en de Verein für Musikalische Privataufführungen - Henk Guittart

Henk Guittart deed tijdens zijn Kenniskring periode in de jaren 2012-13 en 2013-14 onderzoek naar de Verein für Musikalische Privataufführungen. De inzet was om middels dit onderzoek inzichten te krijgen toepasbaar voor de manier waarop tegenwoordig betrokkenheid van publiek bij concerten wordt georganiseerd. Tevens analyseerde hij drie verschillende versies van Webern’s Sechs Orchesterstücke op.6. Het onderzoek heeft geresulteerd in twee Engelstalige essays die aan internationale  uitgevers ter publicatie aangeboden worden, en in een kortere versie van het Verein essay, wat in de herfst gepubliceerd wordt in Frans, Duits en Engels, als onderdeel van een CD uitgave. Behalve tot het meer historisch en musicologisch onderzoek zoals omschreven in de essays, heeft zijn focus ook geleid tot revisies en herinstrumentaties van een aantal oorspronkelijke Verein bewerkingen.

Artistic Research Catalogue

Het door RAAK international/SIA gesubsidieerde internationale onderzoeksproject Artistic Research Catalogue (ARC) had als kernvraag:  What kind of instrument for documentation, dissemination and discursive signification of artistic research projects can meet the interests of professional artists, art institutes and art students engaged with forms of art practice as research? And how to build an instrument, which, at the same time, is inclusive towards the specific needs and demands that originate from the different art disciplines? Het project vertrok vanuit de gedachte dat het werk van sommige kunstenaars in toenemende mate gekarakteriseerd kan worden als onderzoek. Tegelijkertijd zijn de in de academische wereld zo gebruikelijke kanalen van kennisuitwisseling en kwaliteitscontrole onderontwikkeld. Het project wil zowel conceptueel als praktisch in deze lacune voorzien. In het project werkten kunstenaars nauw samen met kunstlectoraten, kunstinstellingen, kunststudenten en digitale tooldesigners. Gezamenlijk ontwikkelden zij een vocabulaire, instrumentarium en een digitale omgeving om artistiek onderzoek deelbaar te maken. Het project werd geleid door Henk Borgdorff en Michael Schwab. In Maastricht waren vanuit het lectoraat Peter Peters, Krien Clevis en Ruth Benschop betrokken. Daarnaast namen zowel studenten en docenten van de Toneelacademie als theatermakers bij het Huis van Bourgondië deel. Het project is afgerond in 2012. De ARC is te vinden op http://www.researchcatalogue.net/. Een ander onderdeel van het project is de Journal of Artistic Research, waar werk dat in de ARC staat gepubliceerd kan worden. Zie http://www.jar-online.net/.

Zichtlijnen - Peter Peters (red)

Peter Peters (red.), 2013. ISBN: 978-94-90302-00-9. Dit boek is de weerslag van het onderzoek zoals dat in de afgelopen jaren verricht is binnen het Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten van Zuyd Hogeschool. Het boek zoekt een oplossing voor het duivelse dilemma van autonomie en marktdenken in de kritische ontrafeling van de notie van “publiek.” De aanpak en inzet van het boek is typerend voor het onderzoek dat onder leiding van lector Peter Peters de afgelopen jaren in het lectoraat is gedaan. Het boek markeert zijn afscheid als lector. Het boek is verkrijgbaar via aok@zuyd.nl.

Theater en het performatief spectrum - Henk Havens

Henk Havens promoveert aan de Universiteit Maastricht. Zijn onderzoek richt zich op het historisch gegroeide Nederlandse theatersysteem en de vraag hoe dat zich verhoudt tot hedendaagse culturele dynamiek, zoals die wordt aangejaagd door technologie, interculturele ontwikkelingen en een globaliserende cultuurindustrie. Het onderzoek levert inzichten op om relaties tussen het huidige homogene theatersysteem en de aard en de werking van een meer heterogeen ‘performatief spectrum’, te beschouwen en te heroverwegen. Het onderzoek van Henk Havens richt zich op substantiële veranderingen in de artistieke beroepspraktijk van theater- , performance- , en mediaprofessionals en hun publiek.

Symposium Experimental Crossings

Op 10 en 11 februari 2012 heeft het symposium “Experimental Crossings” plaatsgevonden. Het thema van dit symposium was interdisciplinariteit in kunstpraktijken en het onderzocht experimentele kruisingen tussen verschillende kunstdisciplines, wetenschap, maar ook politiek en de publieke ruimte. Waarom hebben we kunst nodig? De huidige wereldwijde financiële en economische crisis en de toename van het populisme in de politiek dagen kunstenaars en de kunstwereld uit om op deze vraag overtuigende antwoorden te geven. Gedurende het symposium Experimental Crossings, werd interdisciplinariteit in de kunstpraktijken onderzocht als een manier om nieuwe openingen te vinden in het debat over de legitimiteit en relevantie van kunst. Dit debat eindigt vaak in de impasse van de dualiteit tussen het ideaal van de artistieke autonomie en de noodzaak van instrumentele waarde. Interdisciplinariteit – niet alleen tussen verschillende kunstdisciplines, maar ook tussen kunst en wetenschap en tussen kunst en de samenleving – kan beschouwd worden als een manier om verder te gaan dan dit dualisme. Het relationele netwerk karakter van de hedendaagse kunstpraktijk weerspreekt het romantische idee dat de kunstenaar kan werken in complete isolatie. Steeds meer kunstenaars worden hybride cultureel werkers, kunstwerken worden kunst processen en kunstpraktijken worden -plaats, – samenleving en contextspecifiek. Sommige kunstenaars presenteren hun kunst als kennis claims. Andere kunstenaars houden zich bezig met interventie kunst. Deze ontwikkelingen suggereren dat interdisciplinariteit niet alleen een niche is in de kunstwereld, maar een fundamentele manier om de hedendaagse kunstpraktijken te begrijpen en te evalueren.

Community Art CAL XL - Ruth Benschop, Quirijn van den Hoogen & Sandra Trienekens

Ruth Benschop is in samenwerking me Frank Mineur in 2011 en 2012 bezig geweest met het ontwikkelen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van community arts, in samenwerking met Quirijn van den Hoogen (Expertisecentrum Arts in Society, Rijksuniversiteit Groningen) en Sandra Trienekens (Urban Paradoxes). De focus hierbij was om actie-onderzoek te ontwikkelen, waarbij de onderzoeker geen proces-volger is, maar inhoudelijk dezelfde focus (en daarmee inbreng) heeft als het community arts project zelf.

Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten (SIA-Raak)

Het onderzoekproject Samen innoveren naar een Europees niveau in de podiumkunsten werd voor de duur van twee jaar geleid door een consortium. Dit bestaat uit:Zuyd Hogeschool: lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten
Conservatorium en Toneelacademie & Instellingen: Opera Zuid, Intro in Situ, Huis van Bourgondië, Het Vervolg, Laagland theater, LSO.Artistiek leiders zijn professionals die verantwoordelijk zijn voor de artistieke keuzes binnen de podiumkunsten. Bij kleinere gezelschappen vervullen zij vaak ook een rol als regisseur of uitvoerder. De artistieke keuzes die zij maken hebben directe invloed op het publiek. Daarnaast vervult een artistiek leider, bij grotere instellingen of gezelschappen, ook een managementrol. Samen met de zakelijk leider is hij of zij verantwoordelijk voor het gehele functioneren en de continuïteit van een gezelschap. Steeds vaker hebben gezelschappen geen uitvoerende artiesten in dienst, maar worden deze op freelance basis ingehuurd. Artistiek leiders hebben daarom een grote rol in de keten van podiumkunsten. Tot nu toe zochten professionals of gezelschappen zelfstandig naar mogelijkheden om op deze veranderingen in te spelen. Doel van dit project was dan ook: samen innoveren met als onderzoekthema’s: Verbreding van zakelijke perspectieven door onder meer een waarneembare verbeterde relatie met het publiek en nieuwe ondernemingsmogelijkheden voor de professionals. Nieuwe vormen van, en een verdieping binnen, de professionele podiumkunsten, door innovaties die zich op Europees niveau kunnen meten.