OVER DE LECTOR

Ruth Benschop is lector van het lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten. Oorspronkelijk is ze opgeleid als theoretisch psycholoog aan de Universiteit Leiden. Ze is in 2001 aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd (cum laude) op het proefschrift Unassuming Instruments: How to Trace the Tachistoscope in Experimental Psychology. Dit promotieonderzoek hoort thuis in het wetenschaps‐ en techniekonderzoek (STS), een interdisciplinair vakgebied dat concrete praktijken, zoals ook kunstpraktijken, onderzoekt om urgente vragen over onze moderne samenleving te kunnen stellen. Later heeft ze aan de Universiteit Maastricht onder andere postdoctoraal onderzoek gedaan naar klankkunst en de democratisering van het maken van muziek. Naast haar onderzoekswerkzaamheden heeft ze steeds op diverse terreinen onderwijs gegeven en is ze betrokken geweest bij onderwijsontwikkeling.

Twee al lang bestaande fascinaties brachten haar naar haar huidige werkplek bij Zuyd Hogeschool: Haar belangstelling voor het rijke gebied tussen wetenschappelijke en artistieke praktijken enerzijds en haar affiniteit voor de innovatieve methodische en exploratieve kanten van kwalitatief onderzoek anderzijds. Ze was als senior onderzoeker in het lectoraat al betrokken bij verschillende onderzoeks- en onderwijsprojecten op het gebied van artistiek onderzoek, community art, en documentatie en etnografie. Als lector maakt ze zich sterk voor de ontwikkeling van onderzoeksateliers in en buiten het kunstonderwijs, projecten waarin maken en onderzoek worden gecombineerd. Ze doet dit vanuit een antropologische grondhouding die funderend is voor het lectoraat en voor de relevante vormen van artistiek onderzoek die het lectoraat ontwikkelt.

Op 6 november 2015 hield Ruth Benschop haar lectorale rede. Ze richt daarin haar blik op de praktijk van artistiek In haar gedachte-experiment voert ze ons langs een bonte stoet: een achttiende-eeuwse eland, de schrijvende antropoloog, zwijgende werknemers in een lift, en slurpende tafelgenoten. Wat gebeurt er als we eikenhouten clichés over kunst en wetenschap, autonomie en openbaarheid, subjectiviteit en objectiviteit even terzijde leggen? Artistiek onderzoek verschijnt in de ruimte die dan ontstaat als experimentele etnografie. Een onderzoekspraktijk waarin de kunstenaar zich als onderzoeksinstrument kan kalibreren tot strenge ontvankelijkheid. Een situatie die geëngageerde manieren van intimiteit vormgeeft en beproeft.

De rede van Ruth is hier te vinden.